STICHTING BEHOUD BUSSUMS ERFGOED

Bescherm Bussum voor een culturele blunder.

Op korte termijn zal de Gemeente Gooise Meren een beslissing nemen over een  verzoek tot sloop van de villa Eikenhof aan de Regentesselaan 39, te Bussum. Dit karakteristieke pand werd in 1901 gebouwd voor Johanna van Gogh-Bonger en ontworpen door Willem Bauer. Deze architect was verbonden aan de kolonie ‘Walden’  in 1898 opgericht door de schrijver/psychiater Frederik van Eeden op het landgoed Cruysbergen.

Wie was Johanna  Bonger?

Johanna Bonger was getrouwd met Theo van Gogh, de jongere broer van Vincent, actief als kunsthandelaar in Parijs. Theo overleed in 1891, slechts enkele maanden na zijn broer. Na zijn dood verhuisde zijn weduwe naar Bussum en vestigde zich eerst op de Koningslaan 4. Het volledige oeuvre van Vincent bracht zij mee. In 1901 liet Jo Bonger de villa Eikenhof bouwen aan de Regentesselaan 39, in een hoek van het Spiegel die nog altijd zeer kenmerkend is voor het beschermd dorpsgezicht van deze wijk. Vanuit haar nieuwe woning ging Jo Bonger verder met wat zij ging zien als haar levensopdracht: Vincent van Gogh bekend maken over de hele wereld. Met recht kan gezegd worden dat zij het in haar eentje klaar speelde  dat Vincent die bekendheid kreeg. Als Bussummers moeten wij er voor zorgen dat het huis van Jo Bonger blijft staan, als tastbare herinnering aan deze vrouw en haar bijdrage aan de waardering voor de Nederlandse cultuur.

Het is onze verantwoordelijkheid haar bijdrage te gedenken door het huis te koesteren van waaruit zij werkte aan de uitgave van de brieven en te midden van honderden schilderijen en tekeningen, kunstliefhebbers uit binnen- en  buitenland ontving. Door haar vriendschap met befaamde dichters en schilders, onder wie de Bussumse schrijvers Frederik van Eeden en Herman Gorter, de schilder en kunstcriticus Jan Veth en de beeldend kunstenaars Jan Toorop en Richard Roland Holst, maakte zij met het werk van Vincent van Gogh Bussum destijds tot een cultureel centrum van onschatbare waarde.
Johanna van Gogh-Bonger legde zij met de promotie van Vincent’s kunstwerken en de uitgave drie boeken met ‘Brieven aan Theo’ het fundament voor de  wereldwijde waardering van Vincent’s werken en de basis voor het Van Gogh Museum.  Nog altijd komen vanuit de hele wereld bewonderaars naar deze plek.

Ondergetekenden beschouwen de zorg voor het culturele erfgoed van eminent belang. De bekende slogan ‘wij hebben de wereld slechts te leen van onze kinderen’, slaat niet alleen op de natuur maar ook op de artistieke voortbrengselen van de mensen die vorm gaven aan de voor de cultuurperiode kenmerkende ideeën, ontwerpen en kunstwerken, die de verbintenis met het verleden voor nu en voor de toekomst vastleggen.

De verantwoordelijkheid voor het cultuurbezit gaat van de ene generatie over op de andere. Op de Gemeentelijke pagina in deze krant liet de Gemeente Gooise Meren recentelijk weten dat de zorg voor de cultuur in goede handen bij hen is. Gezien de instemming van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Erfgoed met het verzoek van de eigenaar de villa te slopen en door twee herenhuizen te vervangen vrezen wij dat in Bussum de zoveelste blunder op cultureel gebied wordt gemaakt.

Wij roepen de gemeente daarom op het niet bij mooie woorden te laten en de zorg concreet te maken door het huis van Jo Bonger de plaats te geven die het verdient!
Gemeente, lever dit zeldzame cultuurbezit niet uit aan de sloop!

Wij dringen er op aan dat de villa op Regentesselaan 39 aangewezen wordt als  een beschermd Gemeentelijk Monument.

U kunt de petitie ondertekenen via de website www.behoudbussumserfgoed.nl

Deze petitie van de Stichting Behoud Bussums Erfgoed wordt ondersteund door:
De Bond Heemschut, het Van Gogh Museum, de Bussumse Historische Kring en de Vrienden van Het Spiegel.

beraadslaging
Beraadslaging in de Tindalvilla Stichting Behoud Bussums Erfgoed en Bond Heemschut
v.l.n.r. Hans Roelofsen. Rudolf Geel, Christiaan Pfeifer en Ton Koopman

Krijgt Van Gogh-villa een monumentenstatus?

Erfgoedvereniging Bond Heemschut heeft recent een aanvraag ingediend om te kijken of de villa aan de Regentesselaan 39 een gemeentelijke monumentenstatus kan krijgen. De villa uit 1901 bevat een hoeksteen met de inscriptie 'Van Gogh' en speelde een belangrijke rol in het verhaal hoe kunstenaar Vincent van Gogh wereldberoemd werd.



Het pand staat op dit moment leeg en daarom zou een monumentenstatus volgens de erfgoedvereniging op dit moment een goed idee zijn. "Wij willen hiermee zorgen dat het bijzondere verhaal van de villa ook in de toekomst verteld kan blijven worden."



Getrouwd met Theo


De villa was namelijk gebouwd door Jo Bonger die getrouwd was met Theo, de broer van Vincent. Zowel de schilder Vincent als zijn broer Theo stierf in 1891. Weduwe Jo van Gogh-Bonger hertrouwde met Johan Cohen Gosschalk. Jo verhuisde in 1891 al naar Bussum naar de Koningslaan, waar zij begon met het verkopen van tekeningen en schilderijen van haar 
overleden zwager Vincent. In 1901 lieten Jo en Johan samen de villa aan de Regentesselaan bouwen, waar ze doorging met de verkoop van de schilderijen en het organiseren van verkooptentoonstellingen.



Biografie


Ruim een eeuw later staat Jo Bonger weer volop in de belangstelling doordat recent de biografie "Alles voor Vincent - het leven van Jo van Gogh-Bonger" werd uitgegeven. Schrijver van het boek is Hans Luijten, die ook betrokken is bij het Vincent van Goghmuseum. Ook hij kent de villa aan de Regentesselaan en bevestigt het plan van behoud voor de toekomst. Luijten: "Een prachtig huis. Ik heb de eerste steen gezien die gelegd is in 1901 door de toen 11-jarige Vincent 
van Gogh, het neefje dus van de kunstenaar."



1901


Luijten weet dat de villa in opdracht van Jo Bonger en haar tweede man Johan Cohen Gosschalk is gebouwd. Verder weet hij dat Jo zeker honderden kunstwerken van Vincent van Gogh meegenomen heeft van de Koningslaan in Bussum - waar ze eerst een pension runde - naar de Regentesselaan. Dat past in ieder geval goed in het tijdspad. "In 1901 werden de werken van Van Gogh nog behoorlijk verkocht."



Kort gewoond


Uiteindelijk hebben Jo, haar man Johan Cohen Gosschalk en zoon Vincent slechts van 1901 tot 1904 in het huis aan de Regentesselaan gewoond. Wel bleef de villa nog tot 1978 in familiebezit, maar het werd verhuurd. De schilderijen die ingenieur Vincent van Gogh (de zoon van Jo) tot aan zijn dood in 1925 in bezit had, vormden de startcollectie voor het Van Goghmuseum in Amsterdam.

800px Jo van Gogh Bonger, by Woodbury and Page

Johanna (Jo) Gesina Bonger werd geboren als vijfde in een gezin van zeven kinderen van de verzekeringsmakelaar Hendrik Christiaan Bonger (1828-1904) en Hermine Louise Weissman (1831-1905). Haar jongste broer was de latere criminoloog Willem Adriaan Bonger (1876-1940). Bonger studeerde Engels. Ze werd op haar tweeëntwintigste lerares Engels aan een meisjeskostschool te Elburg, en vervolgens lerares op een meisjes-HBS te Utrecht.

Op 17 april 1889 trouwde ze te Amsterdam met de kunsthandelaar Theo van Gogh, een vriend van haar broer Andries Bonger, die net als Theo te Parijs woonde. Ze verhuisde naar Parijs, waar op 31 januari 1890 hun zoon Vincent Willem werd geboren. Na de plotselinge dood van haar zwager Vincent op 29 juli van dat jaar, raakte haar echtgenoot in een zware depressie. Hij werd enkele weken verpleegd te Auteuil, maar toen zijn toestand zich niet verbeterde, liet ze hem overbrengen naar Nederland, waar hij werd opgenomen in het Geneeskundig Gesticht voor Krankzinnigen te Utrecht. Zelf vestigde ze zich tijdelijk in Amsterdam.

Na de dood van haar echtgenoot op 25 januari 1891 keerde ze met haar zoontje en een groot aantal als waardeloos beschouwde schilderijen van Vincent van Gogh definitief terug naar Nederland. Bij het registreren van de kunstwerken van Vincent werd zij door haar broer Andries Bonger geholpen, die een eerste voorlopige oeuvrelijst samenstelde. Ze vestigde zich in Bussum. Om in haar levensonderhoud te voorzien begon zij daar in de wijk Het Spiegel nabij het station Naarden-Bussum een pension en deed tevens pogingen het werk van haar zwager via verkopen in omloop te brengen. Tussen 1890 en 1923 werden 247 schilderijen en tekeningen van Vincent van Gogh door haar verkocht volgens haar bewaarde kasboek, maar op grond van onderzoekingen van de provenance van de werken van Vincent mag aangenomen worden dat het aantal door haar verkochte werken aanzienlijk meer moet zijn. Op 21 juli 1962 werd een overeenkomst ondertekend tussen de Staat der Nederlanden en de Vincent van Gogh Stichting. De familie droeg voor 15 miljoen gulden de resterende verzameling, bestaande uit 200 schilderijen van Vincent van Gogh en Paul Gauguin, 400 tekeningen en alle brieven van Vincent over aan de Staat. Hiermee werd de grondslag gelegd voor het Amsterdamse Van Gogh Museum, dat op 2 juni 1973 werd geopend.

In 1901 trouwde ze met de kunstschilder Johan Cohen Gosschalk (1873-1912) - maar voor zij met hem trouwde had zij tussen 1894 en mei 1897 een liefdesaffaire met Isaac Israëls - en in 1903 verhuisde het gezin naar Amsterdam. In 1905 organiseerde Bonger een grote tentoonstelling van Van Goghs werken in het Stedelijk Museum. Ze bood het Rijksmuseumschilderijen in bruikleen aan, maar het aanbod werd afgewezen. Later volgden exposities in Berlijn en Londen. Johanna was vastbesloten de wereld het werk van haar zwager te tonen. Begin 1892 had ze al verschillende kleine exposities georganiseerd, waaronder een in de Amsterdamse kunstenaarssociëteit Arti et Amicitiae.

Intussen was Bonger bezig met het op chronologische volgorde leggen van de brieven van Vincent die ze vervolgens overtypte. Omdat veel van de brieven ongedateerd waren, kwam daar soms heel wat speurwerk aan te pas. In het voorjaar van 1914 verscheen bij de Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur (ook bekend als Wereldbibliotheek) te Amsterdam een eerste uitgave van de brieven onder de titel Brieven aan zijn broeder, met een door Bonger geschreven biografie.

Bonger verhuisde in 1915 naar New York, waar ze Vincents brieven in het Engels begon te vertalen. In 1919 keerde ze naar Nederland terug. Toen ze op 62-jarige leeftijd overleed had ze 526 brieven van hem vertaald.